Buikklachten en het FODMAP dieet

In mijn spreekkamer zie ik regelmatig (vooral jonge) mensen met terugkerende buikklachten: een opgeblazen gevoel, krampen, winderigheid of wisselende ontlasting, zonder dat daar direct een duidelijke oorzaak voor gevonden wordt. Dat is frustrerend en vaak ook beangstigend. Het leidt vaak tot de vraag of er “in de maag gekeken” kan worden met een gastroscopie. In veel gevallen is daar echter geen duidelijke medische indicatie voor: het klachtenpatroon, lichamelijk onderzoek en eventueel aanvullend onderzoek geven dan geen aanwijzingen voor ernstige aandoeningen van maag of slokdarm. In zo’n situatie is een kijkonderzoek meestal niet zinvol en zoeken we liever naar andere manieren om de klachten te verminderen.

Veel maagdarm-leverartsen adviseren bij onbegrepen buikklachten en prikkelbare darmklachten om een FODMAP-dieet te proberen, meestal onder begeleiding van een gespecialiseerde diëtist. Zij zien dat een deel van de patiënten hiermee duidelijk minder last krijgt van pijn, krampen en een opgeblazen gevoel. Hieronder leg ik uit wat het FODMAP-dieet inhoudt en voor wie het zinvol kan zijn.

Wat is het FODMAP-dieet?

Het FODMAP-dieet is een tijdelijk, speciaal voedingspatroon dat helpt uitzoeken welke voedingsmiddelen buikklachten uitlokken.
FODMAP is een verzamelnaam voor bepaalde soorten koolhydraten (suikers) die bij sommige mensen darmklachten kunnen geven, zoals een opgeblazen buik, winderigheid, buikpijn of diarree.

Deze koolhydraten zitten onder andere in:

  • Tarwe (bijvoorbeeld brood, pasta)

  • Bepaalde soorten fruit (zoals appel en peer)

  • Bepaalde groenten (zoals ui en knoflook)

  • Peulvruchten

  • Zuivelproducten met lactose

  • Sommige zoetstoffen (zoals sorbitol en mannitol)

Bij mensen met een gevoelige darm worden deze koolhydraten niet goed opgenomen in de dunne darm. In de dikke darm worden ze vervolgens door bacteriën gefermenteerd, waardoor extra gas en vocht ontstaan. Dit kan klachten geven, vooral bij mensen met een prikkelbare darm.

Voor wie kan het FODMAP-dieet zinvol zijn?

Het FODMAP-dieet is vooral ontwikkeld voor mensen met:

  • Prikkelbare darm syndroom (PDS)

  • Terugkerende buikklachten zonder duidelijke andere oorzaak, zoals:

    • Buikpijn of krampen

    • Opgeblazen gevoel

    • Winderigheid

    • Diarree, verstopping of een wisselend ontlastingspatroon

Hoe werkt het dieet in grote lijnen?

Het FODMAP-dieet verloopt in stappen en wordt altijd gedaan onder begeleiding van een diëtist:

  1. Eliminatiefase
    Gedurende een aantal weken worden producten die rijk zijn aan FODMAP’s zo veel mogelijk vermeden. Veel mensen merken in deze fase al minder klachten.

  2. Herintroductiefase
    Daarna worden de verschillende groepen FODMAP’s één voor één weer ingevoerd. Zo wordt duidelijk welke groep(en) klachten geven en in welke hoeveelheden.

  3. Persoonlijk voedingspatroon
    Op basis hiervan wordt een blijvend, zo ruim mogelijk voedingspatroon samengesteld, waarbij je zo min mogelijk klachten hebt maar wél volwaardig en gevarieerd eet.

Waarom begeleiding belangrijk is

Omdat FODMAP’s in veel “gewone” en ook gezonde producten voorkomen, kan het dieet best ingewikkeld zijn. Een diëtist met ervaring in het FODMAP-dieet helpt om:

  • Tekorten aan voedingsstoffen te voorkomen

  • Het dieet praktisch haalbaar te maken in het dagelijks leven

  • Onnodige en te strenge beperkingen te voorkomen

Wanneer kun je over het FODMAP-dieet nadenken?

Je kunt met je huisarts bespreken of het FODMAP-dieet iets voor je kan zijn als:

  • Je al langere tijd buikklachten hebt

  • Andere oorzaken (zoals coeliakie of ontstekingsziekten van de darm) zijn uitgesloten

  • Aanpassingen in leefstijl en voeding (zoals meer vezels, voldoende drinken, regelmatig bewegen) onvoldoende helpen

Samen met je huisarts kan dan bekeken worden of een verwijzing naar een gespecialiseerde diëtist passend is.

Wanneer wel gastroscopie?

Een gastroscopie is wél aangewezen als er signalen zijn die kunnen wijzen op een ernstige aandoening van slokdarm, maag of twaalfvingerige darm. Denk daarbij bijvoorbeeld aan onverklaard gewichtsverlies, bloedarmoede, slikklachten, aanhoudend of heftig brandend maagzuur ondanks medicijnen, bloed bij de ontlasting of in braaksel, of als er (bijvoorbeeld door leeftijd of familieanamnese) een verhoogd risico bestaat op maag- of slokdarmkanker. In die situaties is het belangrijk om via de huisarts een verwijzing naar de maagdarm-leverarts te regelen, zodat met een gericht kijkonderzoek ernstigere oorzaken kunnen worden uitgesloten.